Directie
De directie van O.T. Theater & Opera O.T. wordt gevormd door twee artistiek leiders, Mirjam Koen en Gerrit Timmers, en zakelijk leider Corry Prinsen.
Mirjam Koen (regisseur) is vanaf de oprichting in 1972 verbonden aan O.T. Aanvankelijk als actrice, sinds 1980 als regisseur en vanaf 1984 als één van de drie artistiek leiders. Regies van haar hand zijn o.a. Zomergasten van Maxim Gorki (Holland Festival 1980), Affaire B (RO Theater i.s.m. O.T.), Design for Living (coproductie met De Mug met de Gouden Tand) en Camus’ Caligula. Van Tsjechov regisseerde zij: Platonov (winnaar Theaterfestival 1992), De woudduivel (Theaterfestival 1999) en Ivanov. Ze bewerkte en regisseerde Hekabe en Trojaanse Vrouwen van Euripides, waarvoor Ria Eimers met de Theo d’Or werd onderscheiden. Van Ibsen regisseerde ze De vrouw van de Zee, Bouwmeester Solness en John Gabriel Borkman (bij Toneelgroep Amsterdam) en Drenkeldode naar Kleine Eyolf. Zij regisseerde van Edward Albee: Wie is er bang voor Virginia Woolf?, waarbij Ria Eimers en Bert Luppes werden genomineerd voor de Theo d’Or en Louis d’Or, Wankel Evenwicht (coproductie met Theatergroep Carver) en De Geit of, Wie is Sylvia? (Theaterfestival 2009), waarvoor Bert Luppes de Louis d’Or ontving. Ze maakte de montagevoorstellingen Parijs 1950 en Moeders / Zonen / Dochters, gecombineerd met Melanie Klein van Nicholas Wright. Zij regisseerde René van ‘t Hof en Gerrit Timmers in Vallende Ster van Bernlef, waarvoor René van ’t Hof de VSCD-mimeprijs ontving. In seizoen 2009 -2010 regisseerde zij Het huis van de stilte naar het gelijknamige boek van Orhan Pamuk. Met choreograaf Ton Lutgerink maakte ze o.m. Happy Endings (Holland Festival 1992), en de dansopera Hamlet. Naast haar ‘eigen’ voorstellingen bij O.T. voerde zij de eindregie over diverse producties van de andere artistiek leiders. Ze regisseerde negen voorstellingen bij Theatergroep Carver, waarvan Café Lehmitz in 1991 de Theaterfestivalprijs en de Nederlandse Mimeprijs won. Incidenteel werkt ze als regisseur buiten O.T. verband, o.a. in Jane, een voorstelling over het leven van Jane Bowles. Sinds 1988 houdt ze zich ook bezig met de regie van opera’s. In 2009 regisseerde zij de operasolo Ophelia. Samen met Gerrit Timmers regisseerde zij bij Opera O.T.: Michel Nymans Orpheus’ Daughter , Mozarts Cosá fan tutte, Monteverdi’s l' Incoronazione di Poppea, Stravinsky’s The Rake's Progress, Händels Rodelinda, Rameaus Platée (coproductie met de Nationale Reisopera), Vreemde melodieën van Chagas Rosa, Samson van Händel (De Nederlandse Opera. i.s.m. O.T.), The Death of Klinghoffer van John Adams (coproductie met het Nieuwe Luxor Theater en het Rotterdams Philharmonisch Orkest), In grosser Sehnsucht van Klas Torstensson, Kwasi & Kwame – de zwarte met het witte hart – van Jonathan Dove en Arthur Japin (i.s.m. met Domestica Rotterdam) en Le vin herbé van Frank Martin.
In 2008 regisseerde zij samen met Gerrit Timmers Die Zauberflöte bij de Nationale Reisopera. In de Operadagen Rotterdam 2010 was van hen bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Yannick Nézet-Séguin La voix humaine te zien met Cora Burggraaf.
In augustus 2010 was Mirjam Koen curator van O.T. Zomerfestival, waarin twee regies van haar hand in reprise gaan. In de zomer van 2012 zal zij weer curator zijn van het O.T. Zomerfestival.
Gerrit Timmers (theatermaker en vormgever) richtte na zijn tekenopleiding aan de Rietveldacademie met o.a. Jan Joris Lamers, Fred van der Hilst en Edwin de Vries in 1972 Onafhankelijk Toneel op. Als acteur, vormgever en organisator was hij betrokken bij alle collectief ontwikkelde voorstellingen. Sinds 1984 maakt hij deel uit van de artistieke leiding. Hij maakte in 1979 met danseres Amy Gale A circular play, waarin beeldende kunst, dans en tekst met elkaar verweven werden. Deze weg werd vervolgd met Salons des independants, Musée de la civilisation, Onafhankelijk Toneel speelt Nu en On Wings of Art (Theaterfestival 1989). Vanaf 1982 speelt live video een belangrijke rol in zijn werk, zoals in Tingeling van K. Michel, Vallende Ster van Bernlef en de familievoorstellingen Abels Eiland, Dominiek en Tuin. Hij bewerkte en speelde Eternal reader of these pages van Emanuel Puig en Alleen van Gabriel Wohman. Vanaf 1995 maakte Timmers zes voorstellingen in het Arabisch met acteurs uit Marokko: o.a. De beschaving - mijn moeder, Waanzee en Othello, waarvoor hij de Albert van Dalsumprijs ontving. In 1988 schreef hij het libretto voor de eerste opera van O.T.: Orpheus' Daughter op muziek van Michael Nyman. Met Mirjam Koen regisseerde hij sindsdien de opera’s van Opera O.T. en tekende hij voor de vormgeving van
Mozarts Cosá fan tutte, Monteverdi’s l' Incoronazione di Poppea, Stravinsky’s The Rake's Progress, Händels Rodelinda, Rameaus Platée (coproductie met de Nationale Reisopera), Vreemde melodieën van Chagas Rosa, Samson van Händel (De Nederlandse Opera. i.s.m. O.T.), The Death of Klinghoffer van John Adams (coproductie met het Nieuwe Luxor Theater en het Rotterdams Philharmonisch Orkest), In grosser Sehnsucht van Klas Torstensson, Kwasi & Kwame – de zwarte met het witte hart – van Jonathan Dove en Arthur Japin (i.s.m. met Domestica Rotterdam) en Le vin herbé van Frank Martin.
In 2008 regisseerde hij samen met Mirjam Koen Die Zauberflöte bij de Nationale Reisopera. In de Operadagen Rotterdam 2010 was van hen bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Yannick Nézet-Séguin La voix humaine te zien met Cora Burggraaf. Voor het decorontwerp van ‘l Incoronazione di Poppea ontving hij de Emmy van Leersumprijs voor Theatervormgeving. Tijdens het O.T. Zomerfestival in augustus 2010 speelt Gerrit Timmers een eenmansvoorstelling in een wandelende poppenkast en in februari 2011 gaat zijn volgende voorstelling On Wings of Art II in première.
Klik hier voor Gerrit en werken met poppen.
Op 22 januari 2012 overleed Ton Lutgerink. Hij heeft een onuitwisbaar
stempel gedrukt op het werk en de identiteit van O.T.. Hij initieerde
danstheaterproducties, werkte als choreograaf mee aan de opera’s van
O.T. , danste in eigen voorstellingen en incidenteel in die van anderen,
gaf workshops en samen met Els van der Jagt maakte hij een serie
voorstellingen met jonge niet-professionele dansers, musici en acteurs.
Ton – de denkende danser – was voor ons een groot vriend en inspirator.
Zijn levenslust, liefde voor iedereen die bij O.T. werkte, zijn humor en
groot kunstenaarschap hebben een onvergetelijke indruk op ons gemaakt.
In ons leeft hij voort.
Ton Lutgerink is onderscheiden met de Zilveren Theaterdansprijs, de Sonja Gaskellprijs en hij ontving onlangs de Gouden Zwaan 2011 voor zijn gehele oeuvre.
Klik hier voor een uitgebreid C.V. van Ton Lutgerink.
Voor een overzicht van producties die Ton Lutgerink heeft gemaakt of waar hij aan heeft meegewerkt: Klik hier
